Hello world!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
dom perignon
belt borrelt rommelt
in mijn buik omhoog
krankzinnig ja
kuste ik jouw ovalen mond
kind van mijn lief
eindelijk houd ik ook van jou
De kamer was donker. Dat vond ze jammer.
Ze wist dat hij het ook jammer vond, dat hij haar gezicht niet kon zien. De liefde is echter inventief. Met de toppen van haar vingers beroerde ze zijn wangen, zijn lippen, zijn voorhoofd en zijn prachtige grote neus. Van die neus kon ze geen genoeg krijgen. Daar moest hij altijd vreselijk van giechelen. Ze kriebelde hem, zei hij, als ze voor de tiende keer van zijn neusbrug zoefde.
Als hij er echt genoeg van had, nam hij wraak. Heerlijke wraak. Al was het ingehouden gelach dat daar mee gepaard ging best riskant.
Sssstttt…fluisterde ze, als ze zichzelf vergaten in hun kortstondige geluk. En dan lagen ze even stil dicht tegen elkaar aan en waren tevreden met het vertrouwde geluid van elkaars harteklop.
-Ik hou van je, zei ze in gedachten.
We zouden elkaar eigenlijk alleen met volle maan moeten ontmoeten, zei hij plagend. Dan kan ik je tenminste zien. Wie weet lig ik hier helemaal niet naast jou.
Hij zei het met een klein lachje in zijn stem. Maar ze wist dat er een dag zou komen dat hij het niet meer zou kunnen verdragen. Die dag zou er ook voor haar komen. Wat moesten ze dan?
Die nacht werd er niet meer gepraat. Er was al teveel gezegd. Gezegd met een lach.
De lach van geliefden die weigeren elkaar pijn te doen.
Maar de pijn laat zich niet verloochenen.
Die kwam met de eerste voorzichtige vogelzang. Hij kreunde en kuste haar, stond zachtjes op en trok zijn kleren aan.
-Wees voorzichtig!
Hij antwoordde niet meer, druk als hij was met het raam. In het schimmige ochtendlicht zag ze hoe lenig hij naar buiten sprong.
De kiezelstenen knerpten onder zijn gympen en verwijderden zich van de bungalow.
Verwijderden zich van haar.
Hij had weer huisgehouden.
Beneden was alles grijs en groezelig van versplinterd hout en venijn.
Wel was het rustig, ik hoorde niets.
Ik zat op mijn kamer en was nog niet blauw, maar dat zou snel komen.
De komende dagen zou ik de vele kleuren van het spectrum kunnen aanschouwen op mijn tere huid. Ondanks alles een wonderlijk verschijnsel. Ik maakte me zorgen over mijn kleine broer. Hij was buiten en was zich van niets bewust. Die ochtend had hij het huis verlaten en was alles oké in zijn kinderbrein. Hij was laat. Hij was niet thuisgekomen voor de lunch. Alleen al dat gegeven zou voldoende reden zijn om ook hem kennis te laten maken met alle kleuren van het spectrum.
Kennis maken. Wat een ironie.
-Boe! Boe! Boehoe! Domme koe!
Daar was hij weer.
Onder aan de trap. Mijn hart stopte met slaan.
Nee…hij kwam niet naar boven. Wat een opluchting. Ik zakte door mijn knieen en zocht steun tegen de koele muur achter mij.
Ik sloot mijn ogen en liet de afgelopen uren de revue passeren. Bij elk woord en bij elke stoot of slag ging er een rilling door mijn lijf. Maar huilen zou ik niet. Dat had ik mezelf al jaren geleden beloofd. Mijn tranen waren niet voor hem. Hij had al genoeg voldoening van zijn doen en laten. Maar mij kreeg hij niet.
Zijn eerste grief betrof mijn haar. Dat knipje dat hem niet beviel. De pony die naar achter was vastgezet met die knip.
Ik stond op om uit het raam te kijken. Mijn broertje kon elk moment thuiskomen.
Daar was hij, vrolijk een deuntje fluitend. Ik gaf hem een seintje, onze broer-zus code voor gevaar. Even bleef hij staan. Toen draaide hij zich om en liep terug.
Dag broer. Het is beter zo.
Foeilelijk mooi.
Deze woorden belasteren reeds een paar weken haar lijf.
In de badkamer komt ze aan tandenpoetsen niet meer toe. De borstel stokt halverwege, zodra ze haar gelaat helder voor ogen heeft.
Foeilelijk mooi.
Wat bedoelde hij daar toch mee? Ze zou het hem wel hebben gevraagd. Maar sinds hij de deur was uitgelopen had ze niets meer van hem vernomen.
De telefoon-, email- en sms-stilte deed haar het ergste vermoeden. De nadruk lag natuurlijk op foeilelijk.
Ze zet de tandenborstel terug, de tandpasta in een dikke lik vastgekoekt.
Straks, belooft ze zichzelf.
Met een zucht sleept ze zich naar het enorme bed. Een heuse Hastens glorieert, lonkt, midden in haar riante slaapkamer. Het bed had ze van hem cadeau gekregen. Sexbeesten zoals zij, verdienden een entourage dat bij hen paste, had hij gelachen toen de vrachtwagen voor haar deur stilstond en twee mannen het gevaarte begonnen uit te laden.
Ze had toen niet begrepen wat hij bedoelde.
Maar de laatste dagen begint ze het te begrijpen.
Ze is te omvangrijk. Te dik. Te vet.
Daarom dus dat bed en zijn laatste woorden.
Wil ze hem terug?
Ja!
Doe dan wat, stomme rund!
Eerst maar de keuken. Ze opent de koelkast en schrikt. Hij is vol.
Met de tanden stevig op elkaar trekt ze de vuilnisbak naar zich toe en begint die vol te laden.
Zachte plofjes weerklinken uit de diepte van de bak, glasgerinkel en doffe metaalklanken…
De keukenkasten volgen.
Een uur en vijf vuilniszakken later zijgt ze voldaan neer.
Ze zal haar dagen weer beginnen en afsluiten met veertig baantjes in het souterrain.
Schoolslag en een paar pauzes tussendoor.
Foeilelijk is een woord waar ze niet van houdt.
En dus ook niet van hem.
Hij, die haar al jaren volstopt met dozen chocola en vele liters sperma.
Om je demonen kwijt te raken moet je ze actief verdrijven. Praat erover met je buuf. Schrijf een script of regisseer een film. Gooi er een paar liter harde confronterende kleuren verf er tegen aan. Loop dagelijks rondjes in het bos en schreeuw daarbij luid zijn naam. Ga naar hem toe en zeg hem recht in zijn gezicht: fuck you!!!
Alles kun je doen. Doe wat bij je past. Maar doe één ding niet. Begraaf je demonen niet diep onder de grond. Doe dat nooit. Ze gedijen daar veel te goed: modder, humus, wormen en ander ongedierte is tenslotte zijn natuurlijke habitat. Zodra het de demon te saai wordt daar in de wriemelende duisternis en het zijn kop naar buiten steekt…is hij groter, vetter en afschrikwekkender dan ooit.
Zo nu en dan probeer ik mijn demonen te vangen in een gedicht of een kort verhaal. Twee en dertig jaar heb ik nodig gehad om genoeg moed te verzamelen. Want demonuitdrijving is immers niet zonder risico. De uitdrijvingsformule zou zomaar averechts kunnen werken. Dat maakt de demon boos en al prefereer je zijn woede boven zijn gemaakte grimlachje…zijn woede is wel het laatste wat je je op je hals wilt halen.
Vandaag probeerde ik de balans op te maken. Hebben de paar korte verhaaltjes, de paar versjes effect gehad. Is de demon wat van zijn gewichtigheid kwijtgeraakt?
Vanochtend ging ik een heerlijke warme broodkoek, genaamd harsha ophalen. Ik dacht er verder niet bij na. Het water liep me in de mond bij de gedachte aan de geur, de knapperige sensatie in mijn mond en ik fietste monter op weg naar mama’s huis.
Mam deed de deur open, de warme koek in doeken gewikkeld.
Oh…zei ik…ik zou wel graag even binnen willen komen, een kopje koffie drinken, als het je uitkomt.
Ja…enigszins verbaasd, deed ze een paar stappen achteruit en liep meteen door naar de keuken. Ik ontdeed mij van laarzen en jas en hing ze een beetje onwennig op aan de kapstop in de gang.
Of ik de kaarsen aan mocht doen, riep ik naar de keuken.
Ja hoor…waarom niet…de verbazing nog niet helemaal verdwenen uit haar stem.
Na een paar minuten zaten we gezellig tegen elkaar aan, te lurken van de hete koffie, terwijl ik bosvruchtenjam smeerde op een driehoekje harsha.
Hmmm…lekker mama…je hebt hem weer heerlijk gebakken!
Het viel me op dat mijn moeder minder op haar gemak was dan ik.
Halverwege mijn korte bezoek, vroeg ze me nog of ik de lamellen toch niet liever halfdicht had?
Nee, hoor…een beetje licht hier is wel welkom, het is buiten al bewolkt genoeg.
Ze knipperde even met haar ogen en kwam weer bij me zitten. Bij het afscheid draalde ik even bij de spiegel en de foto’s die daaronder stonden uitgestald.
Ze kwam naast me staan, we zeiden niets…
Het was goed.
Eenmaal weer op de fiets, bedacht ik me dat ik dat best vaker kon doen. Even een uurtje zonder kids in het weekend een kopje koffie drinken bij onze mam. Waarom niet. Is dat dan tenslotte niet de meest logische zaak van de wereld?
Maar helemaal verdreven zijn jullie nog niet. Anders zou ik dit blogje niet schrijven.
En toch…
Het is een lange moeizame weg geweest…en hoewel nog niet helemaal uitgelopen, is het eind wel al in zicht gekomen.
Op dit moment betalen we elke maand een astronomische bedrag aan huur. Dat is niet zomaar. Het huis kan haast niet idealer liggen. Zowel qua natuur, voorzieningen als qua buurt. Met de meeste buren hebben we inmiddels wel kennisgemaakt en het voelt goed. Mijn bijna volwassen zoon heeft zelfs al vriendjes in de buurt waar hij sinds zijn verjaardag mee speelt. Want op de respectabele leeftijd van wel vijf jaar, kun je niet meer verwachten dat hij braafjes thuis bij zijn blokjes blijft.
Maar het huis zelf is niet veel bijzonders. Hoewel aardig ruim met twee en een halve slaapkamer en een voor en achtertuin, is de wijze waarop het huis gebouwd is, iets waar een extimmerman zijn neus voor ophaalt. De muren zijn van karton en zo ook vloeren en plafond. Elk zuchtje trilt door het hele huis en met twee loslopende honden…correctie kinderen, is dat allesbehalve fijn. Daarbij komt nog dat als je iets wilt ophangen, de muur zelf daarbij mee komt en ook dat is net iets teveel gevraagd.
Eigenlijk is het huis kortgezegd te menselijk, hij geeft teveel mee en is te gastvrij en dat willen wij, moderne mensen natuurlijk niet. We willen soliditeit. Kortom, we willen beton. In de ogen van lief is beton een aardige investering qua duurzaamheid en qua inrichtingsmogelijkheden.
Vast. Goed. Toch ben ik een meisje van de jaren zeventig en bij het woordje beton gaat mijn opperhuidje spontaan kriebelen.
Maar dat was toen. Dat was voor vanochtend. Dat was voor ik met mijn kriebelhuidje stuitte op dit minipaleisje, gebouwd ergens in 2006, gelegen in precies eenzelfde soort wijk als waar we nu reeds wonen. Zoals op de afbeelding te zien is, is het een vrijstaande woning. En alleen dat gegeven zou betekenen dat het voor ons een fata morgana zou zijn. Toch is de vraagprijs slechts rond de 175 ton.
Rara hoe kan dat? Het kan me niet schelen. Dit is mijn huis en daar wil ik wonen. Als ik de omschrijving lees neemt mijn verliefdheid toe, de vloer is van massief grenen. Ik ben een flauwte nabij. Vanbinnen is alles spiksplinternieuw…en…nog een droom komt uit, er is een heus ligbad…
En toch…en toch…verklaart mijn lief mij voor gek.
Zijn bezwaren: het is een benedenwoning, dus boven heb je buren. Slechts twee slaapkamers. Geen zolder voor rommel die niemand wil.
Zwangerschapsgeschiedenis.
Als ik om me heen kijk naar de ellende van vriendinnen, die de eerste maanden kotsend en misselijk doorbrengen, aan het eind van de zwangerschap zoveel vocht vasthouden dat het pijn doet. Dan mag ik me gelukkig prijzen. De meeste van mijn zwangerschappen breng ik wel misselijk en zonder eetlust door, maar echt kotsen is me altijd bespaard gebleven.
Maar echt zonder zorgen breng ik ze niet door. Want er is iets raars aan de hand met dat tegendraadse baarmoedertje van me. Ze heeft de neiging te vroeg te willen openen, het liefst met acht á tien weken. En als ze dan eindelijk open mag, wat zeg ik, moet, dan wil ze niet en blijft ze stug dicht. En dan mag je er tegenaan gooien wat je wil, spuiten, hormonen en smeekbedes, maar mijn koppige dametje blijft haar mondje gesloten houden. In haar optiek is dat dan ook helemaal juist. Want was ze in de eerste maanden niet gesommeerd haar mondje dicht te houden en niet voor haar beurt te spreken? Nou dan!
De eerste maanden zijn dan dus ook altijd erg spannend. Bij Faf mijn oudste is het kantje boord geweest en is er twee keer een miskraam voorkomen door drastisch ingrijpen van een buitenlandse gyneacoloog. Ik zeg buitenlands, want was ik toen in nederland geweest, dan had de natuur zijn loop gehad en had ik mogen treuren over het verlies van een couldhave been kindje.
Zo niet in Marokko, waar men medisch ingrijpen niet schuwt. Daar werd ik dan ook volgepompt met hormonen, die als ik me dat goed herinner, voornamelijk bestonden uit nootachtige eiwitten en werd me strenge bedrust toegeschreven en met bedrust bedoelde men dan ook letterlijk twee maanden horizontaal doorbrengen. Douchen en normaal naar het toilet gaan was er niet meer bij. Uiteindelijk besloot de gyneacoloog tot een klinische opname omdat ik teveel in gewicht verloor en kreeg de baby voeding via een infuus.
Maar ook deze ellende en onzekerheid ging gelukkig voorbij, want met vijf maanden zijn de meeste zwangerschappen wel gestabiliseerd en dat was in mijn geval ook zo. Wat waren de eerste stapjes die ik mocht zetten heerlijk!!! Alsof ik zelf opnieuw geboren was en mijn horizontale stadium achter me had gelaten.
Faf is uiteindelijk toch geboren ondanks de sombere voorspellingen die nederlandse gyneacologen zouden hebben gedaan. En al was de bevalling geen pretje, omdat madame baarmoeder zich flink verzette, toch was hij een gezonde baby en goed voldragen.
Faf. Heerlijke Faf.
Mijn tweede zwangerschap bracht ik in nederland door en die eindigde met een spontane abortus. Ik heb nog gevraagd of ze iets konden doen om de uitdrijving van de vrucht te voorkomen. Maar dat weigerden ze. Hier geldt het dogma, dat een miskraam zo door moeder natuur bedoeld is en dat er vast iets mis is met het vruchtje.
Ik heb mijn vruchtjes onder de douche opgevangen, het waren er twee. Een tweeling die ik even vast heb gehouden, voordat mijn moeder het van me overnam en het naar de huisarts bracht om te laten onderzoeken.
Dat was mijn tweede zwangerschap. Abrupt afgebroken. Waarom? Op die vraag krijg je als moeder nooit antwoord. Had ik teveel koffie gedronken? Mij te druk gemaakt? Of mocht het gewoon niet zo zijn? Hoe kort ik me ook had mogen verheugen op de zwangerschap, toch laat het een leegte na, die lang blijft resoneren in je leven.
Over mijn derde zwangerschap een volgende keer.
Warhoofden werken niet met kalenders en agenda’s.
Zo kan het gebeuren dat de tijd tussen je vingers door glijdt als speelzand in de kinderzandbak.
Maar toen bepaalde hardnekkige symptomen niet tot menstruatie leidden…begon er toch een lampje te branden in het rommelbrein bij mij daarboven.
Dus toog warhoofd naar de apotheek en kocht daar twee van die toverstaafjes.
En zoals dat dan gaat vertrouwde ik mijn ogen niet en besloot ik dat het streepje een plusje moest zijn. Want overtijd is meestal een kwestie van spanning en stress.
Twee minnetjes zie ik in het vakje en ik lees de bijsluiter toch nog eens goed door. Zo goed en zo kwaad als zoiets dan gaat, want mijn vingers trillen en met mijn ogen is ook ineens van alles aan de hand…
Maar slechtfunctionerende ogen en trillende ledematen kunnen toch de uitslag niet beinvloeden en de uitslag is toch echt positief!!!
Tijd om het tot me door te laten dringen heb ik niet, want ik moet ineens telefoontjes plegen;-)
Chips! Zijn telefoon staat uit. O broccoli nog aan toe…
maar dan belt hij twee minuten later zelf, want moest ik de woningbouw niet bellen, ja daar voor belde hij mij…luister eens, lief, ik wil je iets vertellen…hij begint weer over de woningbouw en ik begin te lachen, dan heb ik zijn aandacht…of hij een stoel in de buurt had, want ik ben zwanger!!!!!!!!!!